Yataz nieuws & blog


Zoek naar artikelen:

 

De koers van de beurs (1)

Veel vakbeurzen hebben het moeilijk. Andere beurzen doen het juist erg goed. Het is lastig om hier een eenduidige lijn in te vinden, maar het lijkt erop dat grote, internationale beurzen minder last hebben van de economische recessie dan de kleinere, nationale beurzen.

Al jaren hebben de meeste vakbeurzen het moeilijk en door de economische recessie is dat niet beter geworden. De beurs Future Floors die in september in Kortrijk zou worden gehouden, is daar een voorbeeld van. De beurs ‘voor de totale vloerenbranche’ gaat niet door omdat het deelnemersaantal te laag is. ‘Nogal wat geïnteresseerde, potentiële deelnemers kijken te lang de kat uit de boom waardoor de tijd ontbreekt om een degelijk georganiseerd event neer te zetten’, aldus een eind mei verschenen persbericht van Kortrijk Xpo, de organisatie van de beurs.

Veranderd toekomstperspectief
Beursmanager Nathalie Sandra van Kortrijk Xpo wijt het aan ‘tal van externe factoren’ en stelt dat ‘het economische toekomstperspectief flink veranderd’ is. Dit is in een notendop de oorzaak van vrijwel alle kwakkelende beurzen. Zo ging in april in Brussel Primavera niet door, de collectieve huisshow van een aantal (vooral Belgische) meubelfabrikanten en de vakbeurs HOUT, gepland voor oktober, is inmiddels verplaatst naar 2014.
In eigen land is het niet veel beter. De beurs Woonmodecity betrekt in september een deel van het Home Trade Center (HTC) in Nieuwegein om daar tegelijkertijd met de traditionele najaarsbeurs Home & Interior onder een gezamenlijke nieuwe naam (Interiors United) een ‘event’ neer te zetten.

Gedwongen samenwerking
Het samengaan van deze twee beurzen is een gedwongen samenwerking, maar daarmee lijken beide beurzen in ieder geval voor dit jaar hun voortbestaan te hebben verzekerd. Want alle Nederlandse interieurvakbeurzen hebben te maken met teruglopende aantallen bezoekers en degenen die wel komen, zijn terughoudend in hun aankopen. In Culemborg zet het ETC voor consumenten de deur steeds verder open, maar dat gaat ten koste van het aantal retailers dat de beurs bezoekt. In Beusichem houden de meubelexposanten juist angstvallig de deur dicht voor consumenten, maar ook daar ziet men hoe detaillisten en andere inkopers steeds vaker wegblijven.

Goochelen met cijfers
Kijken we over de grens naar Duitsland dan zien we een ander beeld. De beurzen zijn daar veel groter en veel internationaler en dat scheelt in absolute en relatieve zin. Vooral begin 2008 kelderden bij meerdere beurzen op dramatische wijze het aantal bezoekers en exposanten, maar het jaar daarop was er weer sprake van licht herstel. Nu, medio 2012, heeft de recessie nog steeds heel Europa in zijn greep, maar juichen de Duitse beursorganisatoren na afloop van iedere beurs. Altijd worden daar cijfers bijgehaald om deze euforie te illustreren hoewel iedereen weet dat je deze met meer dan een korreltje zout moet nemen. Positieve uitschieters worden breed uitgemeten, minder florissante cijfers verdwijnen onder het tapijt.

Internationale schommelingen
Wie door dat selectieve gebruik van het cijfermateriaal heenkijkt, kan er toch niet omheen dat die Duitse beurzen het over het algemeen goed doen. De IMM in Keulen, de Domotex in Hannover en Ambiente en Tendence in Frankfurt trekken grote aantallen bezoekers en exposanten. Je ziet wel dat sommige landen ineens sterk terugvallen en daar is dan vaak een oorzaak voor, zoals extra hard getroffen door de recessie of een sterke valutaschommeling. Doordat de beurzen sterk internationaal zijn, worden die schommelingen vaak tenietgedaan omdat er altijd landen zijn die ineens sterk ‘opkomen’ wat betreft bezoekersaantallen.

De grens over
Ook het aantal exposanten schommelt en het is opvallend dat de afgelopen jaren veel nieuwe Nederlandse exposanten de oostgrens overstaken om deel te nemen aan een beurs bij de oosterburen. De kosten zijn hoog, maar nu Nederland op slot lijkt te zitten, kun je beter investeren in internationalisering, zo is de achterliggende gedachte. Dat dit mogelijkerwijs ten koste gaat van deelname aan een beurs in Nederland is duidelijk en die stap wordt makkelijk genomen. ‘Die Nederlanders komen toch wel’, is daarbij een vaak gehanteerde redenering om wel in Duitsland en niet in eigen land te exposeren.
Ook exposeren meerdere Nederlandse bedrijven op de Meubelbeurs Brussel of Intirio in Gent omdat het publiek daar veel internationaler is dan in eigen land. En Nederlanders stappen makkelijk in de auto, zo weten die bedrijven.

Sterke namen
Kijken we nog wat verder over de grens dan blijkt Parijs een zuigende werking te hebben waarbij een beurs als Maison & Objet daar stevig van profiteerde. Profiteerde, want de absolute groei lijkt eruit, hoewel het aantal Nederlandse bezoekers volgens de beursorganisatie met 27% steeg. De meubelbeurs in Milaan blijft een trekker, maar ook hier is de vakhandel wat terughoudender geworden nu de verkopen in eigen land stagneren.
Zo komen we toch weer terug in Duitsland. Naast de eerder genoemde beurzen blijken ook Interzum en de Spoga (Keulen) en de Light + Building (Frankfurt) sterke namen die veel bezoekers en exposanten trekken. De onlangs gehouden Light + Building barstte welhaast uit zijn voegen, mede omdat het een tweejaarlijke beurs is (dus je moet er nu zijn) en door de technische ontwikkelingen, denk aan ledverlichting, is een beursbezoek een must om bij te blijven.

Exporteren van merk
Het exporteren van de eigen naam en expertise gebeurt al jaren. Er is een Heimtextil Russia, een Domotex Shanghai, een Interzum Guangzhou en het eind is nog niet in zicht. In september is de eerste editie van Domotex Russia in Moskou en de Köln Messe organiseert in 2013 Rooms Moscow, een interieurbeurs met meubels als speerpunt. Duitsers zijn perfect in de organisatie, maar slecht in de improvisatie, zo wil men doen geloven. Toch kregen ze het voor elkaar om na een aantal jaren Domotex Middle East in Dubai te verplaatsen naar Turkije omdat Dubai ‘terugvalt’ en Turkije enorm in opkomst is als economische speler van formaat.

Grootte en aantrekkingskracht
Als land met de sterkste economie in Europa zijn de Duitsers helemaal niet zo negatief gestemd als veel anderen Europeanen en dat stimuleert de interne markt waar de beurzen van profiteren. Daarnaast lijken veel mogelijke exposanten te kiezen voor ‘zekerheid’ en blijkbaar vinden ze die bij de diverse Duitse vakbeurzen, hoewel deelname daaraan een vermogen kost.
Nederland mag dan ook nog steeds tot een van de economisch sterkste landen van Europa behoren, het beursklimaat is ernstig verziekt. Dat Home & Interior en Woonmodecity zich in september gezamenlijk presenteren in Nieuwegein en hopen op een ‘internationale uitstraling’ is aardig, maar het zal niet leiden tot internationaal bezoek. Misschien is het wel de eerste aanzet tot meer samenwerking wat leidt tot een groter en vooral breder evenement waarvan zowel bezoeker als exposant kan profiteren.

Versnippering
Natuurlijk mag je de grote internationale beurzen niet vergelijken met de Nederlandse equivalenten hiervan. Internationaal gezien zijn Nederlandse beurzen regionale bijeenkomsten. Die kleinschaligheid wordt door de diverse beursorganisaties versterkt vanwege de versnippering. Daarnaast spelen zaken als de opkomst van internet en de daarmee samenhangende veranderingen in het distributiekanaal. Tot slot speelt bij sommige Nederlandse beurzen de discussie in welke mate men consumenten toelaat en of en al dan niet direct zaken met hen kunnen worden gedaan.

Dit is het eerste artikel in een reeks over interieurvakbeurzen..

<< Ga terug naar de vorige pagina

© 2019 YATAZ
Platform voor professionals in de woonbranche
MILNED Internetdiensten